• Bel ons 078 - 6 111 040

Nieuws

Home » Nieuws » Een op staande voet ontslagen werknemer kan recht hebben op een transitievergoeding
Transitievergoeding

Een op staande voet ontslagen werknemer kan recht hebben op een transitievergoeding

De Hoge Raad heeft op 30 maart 2018 overwogen dat in geval van een rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet de ontslagen werknemer recht kan hebben op een transitievergoeding, te weten indien de gedragingen van de werknemer niet ernstig verwijtbaar zijn. Het gaat om het volgende.

Feiten

De werknemer is in 1991 in dienst getreden van de werkgever als magazijnbeheerder/bediende. Bij de werkgever is een regeling alcohol- en drugsbeleid van toepassing. Deze regeling houdt in dat werknemers voor aanvang en tijdens het werk niet onder invloed van alcohol, drugs en/of medicijnen mogen verkeren. Nadat de werknemer op een dag in 2015 ruikend naar alcohol op het werk was verschenen, heeft hij een officiële waarschuwing gekregen. Ongeveer een half jaar later is de werknemer onder invloed van alcohol op het werk verschenen en op staande voet ontslagen.

De werknemer heeft de kantonrechter verzocht voor recht te verklaren dat hij niet heeft ingestemd met de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst en dat geen sprake is van een dringende reden voor het ontslag. De werknemer heeft aangevoerd dat sprake is van een alcoholverslaving. Ook heeft de werknemer vernietiging van het ontslag verzocht en doorbetaling van loon. Subsidiair, voor het geval de kantonrechter de opzegging niet vernietigt, heeft de werknemer om toekenning van een transitievergoeding en billijke vergoeding verzocht.

De kantonrechter heeft de verzoeken afgewezen, omdat hij van oordeel is dat sprake is van een dringende reden en van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer. De werknemer gaat in hoger beroep. Nadat een mondelinge behandeling ten overstaan van een raadsheer-commissaris heeft plaatsgevonden, bekrachtigt het hof de beschikking van de kantonrechter. Het hof heeft niets overwogen over de verwijtbaarheid en over de aanspraak op een transitievergoeding. De werknemer gaat in cassatie bij de Hoge Raad.

Procedure bij de Hoge Raad

Mondelinge behandeling

De Hoge Raad oordeelt dat de mondelinge behandeling bij het hof in deze meervoudig te behandelen zaak ten onrechte voor een raadsheer-commissaris heeft plaatsgevonden. Het hof had uiterlijk bij de oproeping van partijen voor de mondelinge behandeling aan partijen moeten meedelen dat de mondelinge behandeling zou worden gehouden ten overstaan van een raadsheer-commissaris en partijen de gelegenheid moeten geven om te verzoeken dat de mondelinge behandeling zou worden gehouden ten overstaan van de meervoudige kamer die de beslissing zou nemen. Er moet vanuit worden gegaan dat het hof zo’n mededeling niet heeft gedaan en daarom dient de beschikking van het hof te worden vernietigd en dient de zaak in hoger beroep opnieuw te worden behandeld en beslist.

Transitievergoeding bij een ontslag op staande voet

Ten overvloede overweegt de Hoge Raad nog het volgende.

Op grond van de wet is de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd indien de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd en, kort gezegd, de werkgever het initiatief heeft genomen tot het eindigen van de arbeidsovereenkomst. De werkgever is in beginsel geen transitievergoeding verschuldigd indien het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer.

Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer kan niet worden aangenomen op de enkele grond dat sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Voor het aannemen van een dringende reden is namelijk niet vereist dat de werknemer van zijn gedragingen een verwijt kan worden gemaakt. De veronderstelling dat ontslag op staande voet altijd gepaard gaat met ernstige verwijtbaarheid is niet juist.

De wetgever heeft de verschuldigdheid van een transitievergoeding willen laten afhangen van ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van de werknemer. Indien ernstige verwijtbaarheid ontbreekt, dan is ook bij een rechtsgeldig ontslag op staande voet toekenning van een transitievergoeding mogelijk.

Het is dus niet uitgesloten dat een werknemer die wegens een dringende reden rechtsgeldig op staande voet is ontslagen recht heeft op een transitievergoeding. De rechter zal daarom, indien hij van oordeel is dat sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet, de aanspraak van de werknemer op een transitievergoeding afzonderlijk moeten beoordelen.

Opmerking
Een werknemer die terecht op staande voet is ontslagen, kan recht hebben op een transitievergoeding. Dit kan het geval zijn indien weliswaar sprake is van een dringende reden voor het ontslag op staande voet, maar geen sprake is van ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van de werknemer. Het feit dat een werknemer onder invloed van alcohol op het werk is verschenen kan een dringende reden voor ontslag op staande voet opleveren, doch denkbaar is dat vanwege een alcoholverslaving geen sprake is van ernstige verwijtbaarheid. In zo’n situatie is het mogelijk dat het ontslag op staande voet in stand blijft, maar dat de werknemer recht heeft op een transitievergoeding.

Evelien van Houweninge Graftdijk
Advocaat & MfN-registermediator

 

Terug naar overzicht

People in Place is actief in de regio: